
Integratieve psychotherapie brengt de vele erkende vormen van psychotherapie samen en overstijgt deze. Er wordt gewerkt met de emotionele, cognitieve, gedragsmatige, fysiologische, energetische en sociaal dimensie. Op elk van die gebieden kan namelijk een probleem ontstaan.
Het doel is om die dimensies weer te verenigen. Zodat iemand zo goed mogelijk kan zijn en functioneren in de psychologische zin, in relaties en in de maatschappij.
De grondslag van integratieve psychotherapie is dat al het handelen gebaseerd is op de mens zelf. Ieder mens heeft een zelfhelend vermogen. Hiermee is in principe alles aanwezig voor het bereiken van een gewenste toestand, van doelen, persoonlijke ontwikkeling en geluk. Dit geldt in principe van jong tot oud. Integratieve psychotherapie is erop gericht om het verandervermogen te motiveren, mobiliseren en optimaliseren.
Integratieve psychotherapie is geen nieuwe vorm van therapie. Het is ontstaan door het slechten van barrières tussen de psychotherapiescholen. Het is daarmee een laatste ontwikkeling in de psychologie, die zich nog steeds voortzet. Al in 1936 stelde Saul Rozenzweig dat mogelijk alle therapieën vergelijkbare werkzame elementen hadden. En in 1961 onderstreepte onderzoek van Jerome Frank het belang van zogenaamde gemeenschappelijke therapiefactoren.
